Veelgestelde vragen

Regeling

Hoe ziet de regeling eruit?

In het reglement vindt u alle informatie. Het volledige reglement is beschikbaar in het Nederlands en in het Engels.

Hier vindt u:
het volledige reglement
toelichting aan de hand van voorbeelden

Download in English:
the complete Payment Scheme
payment Scheme example scenarios

Hoe lang loopt de regeling?

De looptijd van de regeling is een jaar. Tussen 5 augustus 2019 en 5 augustus 2020 kunt u een aanvraag indienen.

Waar kan ik terecht met vragen over de regeling?

Wanneer u vragen heeft over de regeling, kunt u de veelgestelde vragen bekijken. Staat uw vraag er niet bij? Neem dan contact op met de helpdesk.

Aanvraag

Kom ik in aanmerking voor een tegemoetkoming?

Dat kunt u het beste nagaan op basis van het reglement. Het volledige reglement is beschikbaar in het Nederlands en in het Engels.

Hier vindt u:
het volledige reglement
toelichting aan de hand van voorbeelden

Download in English:
the complete Payment Scheme
payment Scheme example scenarios

Komen mensen die na de Spoorwegstaking zijn vervoerd in aanmerking voor een tegemoetkoming?

Na 17 september 1944, het uitroepen van de Spoorwegstaking, is NS gestopt met het verzorgen van treinvervoer in Nederland. Dat wil niet zeggen dat na die datum geen treinverkeer heeft plaatsgevonden, maar transporten van na die datum vonden plaats onder de zelfstandige verantwoordelijkheid van Duits spoorwegpersoneel en niet van NS. Het Uitkeringsreglement is op grond van het voorgaande niet van toepassing op de transporten die na die datum zijn gereden.

Hoe ziet de aanvraagprocedure eruit?

De aanvraagprocedure verloopt digitaal. Binnen een beveiligde online omgeving beantwoordt u vragen en kunt u documenten aanleveren die bij uw aanvraag nodig zijn. Als u de aanvraag heeft afgerond, ontvangt u een bevestiging van uw aanvraag. Nadat de aanvraag volledig is ingediend, neemt de Commissie uw aanvraag in behandeling. U ontvangt de uitkomst per e-mail.

Hoe lang duurt de aanvraagprocedure?

De procedure is zo ingericht dat het voor de aanvrager zo min mogelijk belastend is. In de uitvoering wordt samengewerkt met Herinneringscentrum Kamp Westerbork waar al veel informatie beschikbaar is. De behandeling van een aanvraag neemt maximaal 13 weken in beslag. Als de Commissie meer tijd nodig heeft, dan krijgt de aanvrager hier bericht over. De Commissie streeft ernaar de aanvragen ingediend door personen op hoge leeftijd voorrang te verlenen om te proberen deze aanvragen sneller te kunnen beoordelen.

Is er hulp beschikbaar bij de online aanvraag?

Voor mensen die problemen ervaren bij de online aanvraag en geen hulp hebben binnen de familie- of vriendenkring, is ondersteuning beschikbaar. Wanneer u hulp nodig heeft bij het doen van de online aanvraag, kunt u kosteloos terecht bij:

JMW: 088 – 165 22 00
Stichting Pelita: 088 – 330 51 11

Welke documenten heb ik nodig om een aanvraag in te dienen?

Welke documenten u nodig heeft voor het indienen van een aanvraag, is afhankelijk van de hoedanigheid waarin u een aanvraag indient. Zo zijn er voor het behandelen van een aanvraag van een kind van een belanghebbende andere documenten nodig dan voor het behandelen van een aanvraag van een belanghebbende zelf. Op deze pagina, kunt u zien welke benodigde documenten voor u van toepassing zijn.

Wat gebeurt er met mijn gegevens?

De Commissie is zich bewust van de gevoeligheid van de persoonsgegevens die worden opgevraagd bij het indienen van een aanvraag. Wij vragen daarom alleen die gegevens op die noodzakelijk zijn voor het behandelen van een aanvraag en zorgen ervoor dat deze informatie zeer vertrouwelijk en zorgvuldig wordt behandeld en alleen voor het doel om uw aanvraag te kunnen beoordelen. De gegevens zullen voor geen ander doel worden gebruikt en zullen zo snel mogelijk worden vernietigd vanaf het moment dat de gegevens niet meer noodzakelijk zijn om te worden bewaard. In het privacy statement, dat hier te vinden is, legt de Commissie uit welke persoonsgegevens wij verzamelen, waarom wij dit doen, hoe lang wij deze persoonsgegevens bewaren en wijzen wij de aanvrager van een individuele tegemoetkoming op zijn of haar rechten ten aanzien van zijn of haar persoonsgegevens.

Wat als ik het niet eens ben met de uitkomst?

Als u een afwijzing heeft ontvangen naar aanleiding van uw aanvraag en u bent het daar niet mee eens, is er de mogelijkheid een klacht in te dienen. Hiervoor is een onafhankelijke klachtencommissie ingesteld. De klachtenprocedure is kenbaar voor diegenen die ervoor in aanmerking komen.

Waar moeten mensen een aanvraag doen?

Voor de uitvoering van de regeling heeft NS de Stichting Individuele Tegemoetkoming Slachtoffers WOII Transporten NS opgericht. De leden van deze Commissie vormen het bestuur. Deze stichting gaat de uitvoering van de regeling verzorgen. De aanvraag verloopt online. Alle informatie vindt u onder Aanvragen.

Waarom is de aanvraagprocedure online?

Op die manier kan de aanvraag relatief snel verwerkt worden en is de procedure voor iedereen makkelijk toegankelijk. Voor mensen die problemen ervaren bij een online aanvraag, is er kosteloos hulp beschikbaar.

Waar kan ik terecht met vragen over de aanvraagprocedure

Via het contactformulier kunt u gemakkelijk een vraag stellen. Er is ook een helpdesk waar mensen terecht kunnen met vragen. Het nummer is: 088 – 792 62 50.

Kunnen mensen kosten van een aanvraag declareren of opvoeren bij de aanvraag?

Nee, dat is niet mogelijk.

Het aanvraagformulier

 Ik heb een aanvraag ingediend. Wat is nu de status daarvan?

Alle aanvragen worden binnen 13 weken behandeld. Wij kunnen tussentijds geen update geven over uw aanvraag. Indien wij vragen hebben over uw aanvraag, zullen wij zelf contact met u opnemen. 

Ik kan het aanvraagformulier niet openen/versturen, wat kan ik daaraan doen?

U kunt een aantal verschillende dingen proberen om dit probleem op te lossen:

  • uw cookies verwijderen (in uw internetbrowser is hier een optie/instelling voor) en het formulier opnieuw proberen te openen;
  • een andere internet browser downloaden, zoals Google Chrome. Dit was voor andere aanvragers die hetzelfde probleem hadden een oplossing;
  • als deze opties niet helpen, raden wij u aan in uw omgeving hulp te vragen. Als dat niet mogelijk is, kunt u voor hulp bij uw aanvraag ook terecht bij Stichting Pelita: 088-3305111 of JMW: 088 – 1652200.

Ik wil iets wijzigen in mijn aanvraag, kan dat?

Wanneer u een aanvraag heeft gedaan, neemt de Commissie de aanvraag in behandeling. Wanneer er tijdens de beoordeling vragen bestaan, nemen wij zelf contact met u op. Voor dringende opmerkingen over uw aanvraag, kunt u het beste gebruik maken van het contactformulier op deze website. Wij vragen u vriendelijk geen nieuwe informatie over uw aanvraag via een nieuw aanvraagformulier te verzenden.

Ik ben iets vergeten in de aanvraag die ik heb ingediend, kan ik mijn aanvraag opnieuw indienen?

Het is niet nodig de aanvraag opnieuw in te dienen. Wij nemen uw huidige aanvraag in behandeling. Wanneer er tijdens de beoordeling vragen bestaan, nemen wij zelf contact met u op. Voor dringende opmerkingen over uw aanvraag, kunt u het beste gebruik maken van het contactformulier op deze website. Wij vragen u vriendelijk geen nieuwe informatie over uw aanvraag via een nieuw aanvraagformulier te verzenden.

Ik woon in het buitenland en kan geen uittreksel BRP aanvragen. Wat moet ik doen?

Een internationaal equivalent van een uittreksel BRP voldoet ook. Het gaat erom dat een familierelatie wordt aangetoond en dat uw persoonsgegevens worden bevestigd op een officieel document. Het kan zijn dat dit niet in één document lukt. In dat geval kan de aanvrager meerdere documenten uploaden.

Is het mogelijk een BRP bij een gemeente op te vragen van iemand anders dan jezelf?

Het is mogelijk om een BRP van een ander op te vragen. Daarvoor is wel een machtiging nodig. Een machtigingsformulier is verkrijgbaar bij de gemeente:

  • De per­soon over wie het uit­trek­sel gaat, vult het mach­ti­gings­for­mu­lier in. Zelf een mach­ti­ging schrij­ven mag ook. Zorg dat daar de­zelf­de ge­ge­vens in staan als op het for­mu­lier.
  • Als ge­mach­tig­de gaat u naar een lo­ket burgerzaken/stadsloket. Een aan­vraag met een mach­ti­ging kan al­leen aan de ba­lie (een eigen BRP kan ook via internet met DigiD). U moet mee­ne­men:
    • de mach­ti­ging, in­ge­vuld en on­der­te­kend
    • een gel­dig iden­ti­teits­be­wijs
    • een gel­dig iden­ti­teits­be­wijs van de per­soon van wie u een uit­trek­sel aan­vraagt. Een ko­pie mag ook.
  • De machtiging mag geen scan of kopie zijn. Voor de aanvraag is een originele handtekening nodig. Het is niet mogelijk om het formulier te mailen naar de persoon die de aanvraag komt doen. Een machtiging is zes weken geldig vanaf de datum die op het document staat.
  • De gemachtigde krijgt het uittreksel direct mee als de persoon voor wie het uittreksel is, in Nederland woont. Vraagt de gemachtigde een uittreksel aan voor iemand die in het buitenland woont? Dan wordt het uittreksel binnen vier weken opgestuurd naar het adres in het buitenland.

Moeten kinderen van iemand die vervoerd is door de NS allen individueel een aanvraag indienen?

Nee dat is niet nodig. Het is voldoende als één kind een aanvraag indient. Wanneer de aanvraag wordt toegekend, is de aanvrager verplicht het geld te delen met alle nog levende kinderen. Er wordt een toekenning verstrekt voor de kinderen gezamenlijk en er wordt dus niet aan meerdere kinderen toegekend. 

Advies

Wat is de kern van het advies?

  • De Commissie adviseert een regeling in te stellen om belanghebbenden, dan wel hun directe nabestaanden in eerste lijn die op 27 november 2018 – de datum waarop NS en Salo Muller met elkaar tot overeenstemming kwamen dat deze regeling er moest komen – nog in leven waren, in financiële zin tegemoet te komen.
  • De regeling wordt opengesteld voor degenen die vanuit Nederland vanuit de Joodse gemeenschap en vanuit de gemeenschappen van Roma en Sinti zijn getransporteerd naar concentratie- en vernietigingskampen buiten Nederland.  
    Daarnaast komen diegenen uit de Joodse gemeenschap en de gemeenschappen van Roma en Sinti in aanmerking die op last van de bezetter tot aan Westerbork, Vught of Amersfoort zijn vervoerd met het oogmerk hen naar concentratie- of vernietigingskampen buiten Nederland te vervoeren.
  • Personen uit de hiervoor genoemde groepen worden in het advies Belanghebbende genoemd. Zijn zij niet meer in leven, dan komen hun weduwe/weduwnaar in aanmerking. Indien de Belanghebbende op het moment van overlijden geen weduwe/weduwnaar had of indien ook de weduwe/weduwnaar is overleden, komen de kinderen van de Belanghebbende gezamenlijk voor een tegemoetkoming in aanmerking.
  • Diegenen die niet op last van de bezetter, maar in opdracht van de Nederlandse overheid in de periode oktober 1939 – 1 juli 1942 in kamp Westerbork (toen nog vluchtelingenkamp) zijn ondergebracht, en van daaruit niet verder zijn getransporteerd naar concentratie- of vernietigingskampen in het buitenland, komen niet in aanmerking voor de regeling.
  • Naast de individuele regeling adviseert de Commissie NS diepgaand historisch onderzoek te doen instellen naar de rol van NS tijdens de Tweede Wereldoorlog. Door vertegenwoordigers van de geraadpleegde groepen is nadrukkelijk aangegeven dat grote behoefte bestaat aan meer informatie en historisch inzicht in de rol die NS tijdens de oorlog heeft gespeeld. 
    De Commissie onderschrijft dat, zeker nu haar is gebleken dat het perspectief van ‘transporten tijdens de oorlog’ in de volle breedte nooit onderwerp van historisch onderzoek is geweest.[1] Het onderzoeken van bronnen die met name meer licht kunnen werpen op het uitvoeren van transporten in opdracht van de bezetter, kan de eigen reflectie op deze episode in de geschiedenis van het bedrijf verdiepen, bijdragen aan het historisch perspectief op de oorlogsjaren in Nederland en daarmee ook recht doen aan alle slachtoffers die niet onder de individuele tegemoetkoming waarover dit advies is uitgebracht, vallen.

[1] De studie van A.J.C. Rüter, Rijden en Staken. De Nederlandse Spoorwegen in Oorlogstijd, uit 1960 gaat hier maar zeer beperkt op in.

Hoe ziet de individuele tegemoetkoming eruit?

De Commissie adviseert, mede op basis van onderzoek naar andere regelingen, de individuele tegemoetkoming als volgt samen te stellen:

  • Voor alle nog levende personen uit de Joodse gemeenschap en de gemeenschappen van Roma en Sinti die tijdens de Tweede Wereldoorlog op bevel van de bezetter per spoor zijn vervoerd naar Westerbork, Vught of Amersfoort met het oogmerk om hen naar een concentratie- of vernietigingskamp buiten de landsgrenzen te vervoeren, of vanuit andere locaties in Nederland rechtstreeks naar concentratie- en vernietigingskampen in het buitenland zijn vervoerd, een tegemoetkoming ter hoogte van €15.000,-.
  • Indien deze getransporteerden tijdens of na de oorlog zijn overleden, geldt een tegemoetkoming voor de weduwe of weduwnaar ter hoogte van €7.500,-.
  • Als de getransporteerde op het moment van overlijden geen weduwe of weduwnaar had, of als die inmiddels is overleden, dan komen de nog levende kinderen van de getransporteerde gezamenlijk in aanmerking voor een tegemoetkoming en wel als volgt: indien het oudste nog levende kind geboren is voor 8 mei 1945, een tegemoetkoming ter hoogte van €7.500,- tezamen; als het oudste kind na die datum is geboren, een tegemoetkoming ter hoogte van €5.000,- voor de kinderen tezamen.

Bij deze regeling wordt steeds uitgegaan van de situatie zoals die was op 27 november 2018, de dag dat NS tot deze regeling besloten heeft. Dat wil zeggen dat de wettelijke erfgenamen in de plaats treden van degene die op 27 november 2018 in aanmerking zou komen voor een individuele tegemoetkoming, maar is overleden na deze datum.

Hoe heeft de Commissie de reikwijdte van de regeling vastgesteld?

De Commissie heeft contact gezocht met historici en onderzoekers (werkzaam bij het NIOD, het Nationaal Archief, Rode Kruis, Herinneringscentrum Kamp Westerbork, Vught en Amersfoort, Stichting 40-45, SVB, en analyse CBS). Zij zijn onder meer bevraagd op de historische context van de transporten naar kampen binnen en buiten Nederland, de verschillende groepen die hiermee in aanraking zijn gekomen en de aantallen betrokkenen binnen die groepen die mogelijkerwijs nu een beroep op de regeling zouden kunnen doen. Zo heeft de Commissie getracht tot een goed gefundeerd beeld te komen over de vraag welke groepen passen binnen de begrenzing die NS heeft aangebracht.

Hoe is de Commissie tot deze bedragen gekomen?

De Commissie heeft bekeken welke in het verleden opgestelde, dan wel nu bestaande regelingen,  behulpzaam zouden kunnen zijn bij het opstellen van het gevraagde advies. Hiervoor heeft de Commissie een benchmark uitgevoerd waarin regelingen zijn betrokken bedoeld voor individuele tegemoetkomingen aan slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Er is onder andere gekeken naar: het compensatiefonds van de Franse Spoorwegmaatschappij, de individuele uitkeringen van de Stichting Maror-gelden, Stichting Het Gebaar, Nationaal Fonds republiek Oostenrijk voor slachtoffers van het Nationaalsocialisme in Oostenrijk, het Volkswagen Humanitair Fonds, het Siemens Humanitair Hulpfonds en de regeling van IG Farben Krupp en AEG Telefunken.

Daarnaast is gekeken naar het Schadefonds Geweldsmisdrijven en het Besluit Vergoeding Affectieschade.

Hierbij is geconstateerd dat er historisch bezien geen identieke gevallen zijn. Er zijn wel maatstaven ontstaan voor de vaststelling van immateriële schade en de bandbreedtes die daarbij zijn gehanteerd hebben handvatten gegeven om de hoogte van de bedragen vast te stellen.

Is de tegemoetkoming belastingvrij?

Over de tegemoetkoming is geen schenkingsbelasting en inkomstenbelasting verschuldigd. De tegemoetkomingen vormen geen inkomen in de zin van de wet. Wel behoort de tegemoetkoming tot het vermogen van de gerechtigde en worden de inkomsten daaruit op de normale wijze in de inkomstenbelasting betrokken. Ook wordt bij vererving of schenking van (gedeelten van) dat vermogen op reguliere wijze schenk- en erfbelasting geheven. Omdat de tegemoetkoming wel bij het vermogen wordt opgeteld, kan dit bij toeslagen met een vermogenstoets wel effect hebben op het recht op een toeslag.

Commissie

Waarom is deze Commissie ingesteld?

NS heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog op last van de bezetter, vanuit Nederland mensen tot aan de landsgrenzen vervoerd met als bestemming concentratie- en vernietigingskampen in het buitenland. De bezetter gaf daartoe opdracht met het doel van genocide. NS heeft de bezetter hiervoor facturen gestuurd. Zeer velen van de gedeporteerden zijn in deze vernietigingskampen omgebracht. NS beschouwt de medewerking aan de deportaties door de bezetter als een zwarte bladzijde in de geschiedenis van het bedrijf. NS heeft daarom besloten op morele gronden een individuele financiële tegemoetkoming aan te bieden aan de meest direct door haar handelen getroffenen. Het initiatief is een gevolg van gesprekken die NS voerde met holocaust-overlevende Salo Muller, wiens beide ouders de kampen niet overleefden.

Wie zijn de leden van de Commissie?

Job Cohen is voorzitter van de Commissie, die verder bestaat uit Lilian Gonçalves – Ho Kang You en Ellen van der Waerden. Eva van Ingen is secretaris van de Commissie.

Wat was de opdracht van de Commissie?

  • Het uitbrengen van een advies aan NS over de vraag op welke wijze een individuele tegemoetkoming aan overlevenden en directe nabestaanden van de hiervoor omschreven transporten tijdens de Tweede Wereldoorlog kan worden vormgegeven.
  • Het verzorgen van de daadwerkelijke uitvoering van deze regeling. 
    Daartoe heeft NS de Stichting Individuele Tegemoetkoming Slachtoffers WOII Transporten NS in het leven geroepen, en aan de leden van de Commissie gevraagd het bestuur daarvan te vormen.